Er zijn van die momenten waarop je jezelf verrast. Niet groots of spectaculair, maar wel wezenlijk. Zo’n moment had ik deze week.

Ik heb mijn allereerste Python-app gebouwd. Een eenvoudige activiteiten-tracker. Niet omdat die er niet zijn – integendeel. Ze zijn er in overvloed. Te koop, te downloaden, te koppelen, te syncen, vaak met meer functies dan je ooit gebruikt. Maar juist daarom. Waarom zou je iets kopen, als je het ook zelf kunt maken? Van idee naar icoon op mijn bureaublad. Wat begon als nieuwsgierigheid, eindigde met een werkende app. Met een eigen bureaublad-icoon, gestart via Automator, precies afgestemd op hoe ík werk en denk. Vanaf vandaag werk ik met mijn eigen tool. En laat ik dit meteen helder zeggen: ik ben geen programmeur. Ik ben geen ICT’er. En dat wil ik ook helemaal niet zijn. Wat ik wél ben, is iemand die graag begrijpt hoe dingen werken – en die het leuk vindt om zelf te bouwen als dat kan. Leren om te leren (en niet om te bewijzen). De échte opbrengst zat niet in de app zelf. Die zat in het leerproces. Een programmeertaal leren — of werken met AI — is geen trucje. Het is geen “handigheidje voor erbij”. Het is een manier om je brein opnieuw aan het werk te zetten. En dat gebeurt op meerdere niveaus: je dwingt jezelf anders te denken (logischer, preciezer, stap voor stap; je leert omgaan met fouten zonder dat ze persoonlijk voelen, je traint je vermogen om complexiteit terug te brengen tot iets hanteerbaars. Je activeert nieuwsgierigheid, focus en probleemoplossend vermogen.

Voor de hersenen is dat goud. Nieuwe verbindingen. Nieuwe routes. Nieuwe flexibiliteit. Niet anders dan bij het leren van een nieuwe taal of een instrument – alleen past dít bij de tijd waarin we leven. Ontwikkeling stopt niet bij een leeftijd. Er leeft een hardnekkig idee dat nieuwe technologie “voor de jongeren” is. Dat aanpassen, bijleren en ontwikkelen vooral iets is van twintigers en dertigers. 

Dat idee klopt absoluut niet

Het brein blijft plastisch. Nieuwsgierigheid kent geen houdbaarheidsdatum. En ervaring gecombineerd met nieuwe tools is vaak juist krachtiger dan snelheid alleen. Misschien kost het wat meer tijd. Misschien voelt het onwennig. Maar de winst is er niet minder om – integendeel. Juist door nieuwe dingen te leren, blijf je bij, scherp en in beweging. Niet om hip te zijn, maar om relevant te blijven. Voor jezelf én voor de wereld om je heen. Niet alles hoeft gekocht te worden. Mijn Python-app is eenvoudig. Geen marketing, geen abonnementsmodel, geen dataverzameling. Gewoon iets dat doet wat ik nodig heb – omdat ik het zo bedacht heb. 

En dat voelt verrassend goed. Niet omdat het technisch knap is. Maar omdat het laat zien dat je niet alles hoeft te consumeren wat er wordt aangeboden. Soms kun je ook gewoon zelf maken. Of op z’n minst begrijpen wat er gebeurt. Dat geldt voor apps maar dat geldt nét zo goed voor organisaties, systemen en manieren van werken. 

Tot slot: dit was geen stap richting een nieuwe carrière. Het was een stap richting blijven leren. En eerlijk gezegd: ik hoop dat ik dit over een paar maanden weer kan zeggen. Over iets totaal anders. 

Want dát is misschien wel de belangrijkste les van deze kleine app:
Ontwikkeling stopt niet. Alleen nieuwsgierigheid bepaalt of je meegaat.